Verslag van onze bijeenkomst met Engelbert Brendel en Martine Vermeiren van de Herberg voor de Ziel, op 31 mei 2008.
Inleiding:
In de herberg aankomen als op een bijzondere plek. Onbevangen en grote aanwezigheid, om te kunnen waarnemen: welke vragen leven er? Ben ik wakker in mijn zielelandschap?
Er in rondwandelen is een soort kunst, een sociale kunst om niet in te grijpen. Soms is het pijnlijk wat je tegenkomt. De wil kan wakker worden om iets te doen aan dat droge slootje of aan die vuilnisbelt. Of aan dat tuinhek dat altijd open staat. Of is het niet meer open te krijgen?
Aanwezigheid kan een vaardigheid worden. Zonder gedachten of oordeel, kan je dan ingaan op wat zich toont.
Bij jongeren, mensen in de psychiatrie, worden vaak hele woestenijen aangericht. Ze worden met een pilletje onbehandeld behandeld. De onwezens die stiller zouden moeten worden, laten juist dan van zich horen.
In welk gebied dienen we wakkerder te worden? Het werkleven, het kunstzinnig leven of het geestelijk leven?
Rondvraag:
Wat leeft er in deze groep aan vragen?
Vragen: -naar de grondsteenspreuk.
-naar een beschrijving van het zielelandschap.
-naar hoe we als kunstzinnig therapeut kunnen inspelen op de noden die vandaag leven op zielegebied. De vraag is zo groot en er is zoveel aan ’t veranderen in de wereld. Idee: ‘therapeut zonder grenzen’.Wat kunnen we uitdragen in de wereld? Kan het nog op de oude manier? Hoe kunnen we met minder energie meer bevruchten? Hoe komen onze potenties meer naar buiten?
-in de maatschappij wordt uitgegaan van symptomen, problemen. Maar kinderen komen op aarde met iets uit de geestelijke wereld wat om iets anders vraagt.
-in de maatschappij gebeuren dingen die hun weerslag hebben in een kinderziel. Bijvoorbeeld dieren die tot produktiemiddel verworden. Hoe is het zover kunnen komen?
-naar de twee stromen die in de aankondiging genoemd werden: ingrijpen (therapeutische stroom) of ernaast staan (herbergstroom)?
Gesprek:
*De therapeutische en de herbergstroom in de gezondheidszorg:
In de herberg staan we naast de gast opdat hij zelf kan ingrijpen. In de zielewereld kan iedereen zelf leren met inschakeling van het Ik, de zielekrachten te ordenen, te sterken…
Op lichamelijk vlak is de deskundigheid van de arts nodig om te kunnen ingrijpen. Die processen onttrekken zich aan ons bewustzijn.
De vertikale stroom, de ingrijpende therapeutische stroom staat onder de invloed van Michaël (inzicht) en Rafaël (genezen). De horizontale stroom, het open-maken, mogelijk maken dat … komt voort uit de werking van Gabriël (scheppen) en Uriël (terughouding).
*Betekenis van het begrip ‘zielelandschap’:
-Over de voorbije werkzaamheden van Engelbert als planoloog, boomkweker en nu als herbergier. Over het wakker worden aan het landschap, juist door nergens verstand van te hebben. Enkel door het waar te nemen en ermee in gesprek te gaan, ontstaat de ingang voor wat er mogelijk is. Zo heeft op Texel bijvoorbeeld, waar E. intensief aan de planning en realisatie meewerkte, het organisme zich na 10 jaar opnieuw kunnen herstellen.
Hoe ging hij tewerk? Door met zieleogen naar de elementen te kijken. Waar schort het aan? Hoe stroomt het daar? Waar is het vochtig? Enz.
Je kan naar een boom kijken als naar het ‘Ik’ van het landschap. Hij brengt licht in de bodem. De schimmel ‘Mycorrhiza’ heeft daarbij een bemiddelende funktie. Via de netwerken van zijn draadjes communiceren de bomen met elkaar en helpen zij een situatie die in nood is, te herstellen.
Zo kunnen we door het Ik te wekken, sterker werken in de ziel: reinigen van troep in onszelf.
Wat vervuild is door oude troep, dwangmatigheden, enz. weer vrij maken, ruimte scheppen.
Daarmee vorm je de aarde om. Je brengt er geestelijke wereld in (licht). Dan kunnen bomen echt wortelen. Onze aarde is verzuurd door gewoonten, dogmatisch denken,… Ze dient weer levend te worden.
Een landschap is een organisme, een samenhangend geheel met organen als akkerbouw, veeteelt,… en een zielehuid: de hagen.
De ziel is een organisme tussen lichaam en Ik, een spiegel, een tuin om het Ik actiever in te la-ten werkzaam worden waardoor de persoonlijke groei ontstaat en zo mensheidsontwikkeling.
Alle werk in de herberg is erop gericht dat gasten zelf leren zien wat wezenlijk en onwezenlijk in henzelf werkzaam is.
Daarbij worden oefeningen gezocht waardoor gasten bij de eigen onwezenlijkheden (stoorzenders,…) tot een tegenbeweging komen, dankzij de inschakeling van het ‘hoger Ik’.
Werken aan de eigen onwezenlijke dingen, helpt ook aan het onderscheiden bij anderen wat wezenlijk of onwezenlijk is, waardoor andere reacties mogelijk worden.
Naast gesprekken (die altijd door de beide herbergiers samen gevoerd worden) worden ook activiteiten georganiseerd om gasten de mogelijkheid te geven te ‘oefenen’.
*De grondsteenspreuk:
De grondsteenspreuk als oerbeeld: alle aanwijzingen voor de geest-zielehuishouding vind je daar terug.
‘Mensenziel, gij leeft in de ledematen’. Dat lukt nog haast niemand! Je kunt jezelf dragen (Saturnus): dan kan het dagelijks ik en het geestelijk Ik elkaar ontmoeten. Dit heet geestelijk levend, wakker worden (Maan), ‘opstaan’.
‘Mensenziel, gij leeft in de harte-longslag’. Een andere beweging komt naar boven. Er ontstaan eerst kiemblaadjes. Een naar buiten en een naar binnen bewegen. Mars en Venus. Ja en ook neen. De dingen die je doet ook voelen. Denken maakt het kapot.
Dan nog meer naar boven, door de keel…
‘Mensenziel, gij leeft in het rustende hoofd’. Een omgekeerde A. Alle vragen uit nood (Jupiter) kunnen daar klinken. Uithouden. Niet zelf aan het karretje gaan duwen. Dan kan antwoord komen vanuit het hoger Ik (Mercurius).
Samenwerken. Niet ‘ik weet wat nodig is’. Met het ego zijn er binnen de kortste keren onwezenlijke wezens aanwezig.
Door samenwerking wordt het landschap heel.
Ondertussen maakte Engelbert er een tekening bij, een zieleschets.
*Ego en Ik:
Nog tussendoor, een vraag over iemand die 8 bomen uit zijn tuin deed om een ‘zen’-uitzicht te bekomen. Je kan een idee opdringen aan een organisme. Het ego neemt het dan over van het Ik. Het wil het zielelandschap handhaven en houdt geen rekening met de omgeving. Het ego wordt vaak aanzien voor het Ik. Het mannelijke kan verkrachten, het vrouwelijke kan verleiden, waar het Ik niet aanwezig is.
Opdracht:
1. Teken je eigen ideale zielesituatie + voel hoe dit voelt.
2. Neem een moment dat iets niet goed ging, je was in nood, stap in die herinnering, in dat gevoel en teken dit.
3. Hoe had je het anders kunnen doen in die situatie om het anders te laten stromen, om beter in evenwicht te blijven. Welke kwaliteiten had je kunnen aanspreken? Schrijf dit op.
Daarna per twee een herbergje maken. Meekijken en luisteren naar elkaars proces. Enkel vragen stellen die ruimte scheppen om het Ik van de ander te wekken.
Delen in groep.
Nagesprek:
-De Herberg is in de Uriëlstroom werkzaam. Door het boze aan te kijken, bied je de geestelijke wereld de mogelijkheid om in te grijpen. Door het luisteren, het uithouden kunnen nieuwe dingen gebeuren. Leren hoe het verstorende werkt, en dat weer in stroming brengen.
-Waar er nood is, met zielehuishouding fitness aanbieden. Bij jonge mensen die deze hulp nodig hebben, of in bedrijven, enz.
De waarneming ontbreekt.
-De Vereniging voor antroposofische gezondheidszorg (V.A.G.) bestaat volgend jaar 21 jaar. Hoe kan de cocon openkomen, worden we meer zichtbaar? Hoe gaan we verder?
Nu-kwaliteit wekken. Door teveel nadenken verlies je de verbinding met spiritualiteit.
Afsluiting (en opmaat) met de weekspreuk, die wondermooi aansluiting vond bij deze inhouden:
‘Steeds sterker wordt de macht der zinnen,
verbonden met het goddelijk scheppen;
zij dooft de kracht van’t denken
tot het omfloerst wordt.
Wanneer een goddelijk wezen
zich met mijn ziel verenen wil,
moet menselijk denken
tot een dromend zijn zich stil beperken.’
Verslaggeefster: Ingrid Bertels
Het verslag werd nagelezen en aangevuld door de herbergiers.
|